Bevolking
Het gros van de Surinaamse samenleving
is geconcentreerd in de kuststreek, waar circa de helft in en
rond Paramaribo woont. De rest van de bevolking woont in kleine
nederzettingen langs de kust en de rivieren. Als gevolg van de
koloniale arbeidspolitiek in de tijd van de plantagelandbouw,
vertoont Suriname een grote verscheidenheid aan culturen. Sinds
de laatste tellingen wonen er ongeveer 450.000 mensen in Suriname,
verdeeld over een mix van bevolkingsgroepen als Indianen, Creolen
en Bosnegers, Indiërs (Hindoestanen), Javanen, Chinezen,
(ex)Europeanen, Brazilianen, en Libanezen en Joden. De opgegeven
cijfers over aantallen en procenten zijn steeds bij benadering;
veel Surinamers zijn immers “moksi’s” (uit gemengde
huwelijken)
Indianen
De indianen zijn de oorspronkelijke bewoners van Suriname.
Voor de komst van de Europese kolonisten leefden naar schatting
60.000 indianen op het grondgebied van het huidige Suriname. Tot
op heden is hun aantal gedaald naar 12.000. Het is duidelijk dat
sinds de komst van de Europeanen veel van hun cultuur verloren
is gegaan. De meeste jongeren beproeven liever hun geluk in de
stad, als te leven van de jacht, pluk en visvangst. Op basis van
hun vestigingsplaats worden de stammen verdeeld in benedenlandse
en bovenlandse indianen. De bovenlandse indianen wonen voornamelijk
in het binnenland (Trio’s, Wajana’s en Akurio’s).De
benedenlandse indianen daarentegen zijn dichtbij de kust gevestigd
(Arrowaken, Caraïben en de Warraus).Zij wonen dan ook dichter
in de omgeving van hoofdstad.De meeste zijn door de ontwikkeling
reeds ingeburgerd. Desondanks vindt men hier en daar onder Indiaanse
jongeren een beweging tot behoud van hun identiteit en cultuur.
Indianen uit het binnenland leven voornamelijk van de verkoop
van landbouwproducten, vis, jachtwild en allerlei vogeltjes, reptielen,
zoogdieren voor dierenhandelaren uit de stad. De bovenlandse Indianen
beleven nog de natuurgodsdienst; geesten kunnen voorkomen in stenen
, water en bomen, waarbij de Koeloen het opperwezen is. De Indianen
van de kust hebben deze traditionele godsdienst grotendeels ingeruild
voor het Christendom.
Creolen/Boslandcreolen
Ook wel (bos)negers genoemd, zijn nakomelingen van de weggevluchte
slaven van de plantages (de Marrons). Na de afschaffing van de
slavernij konden zij zelf hun woonplaats kiezen. Hierdoor ontstonden
door samensmelting van nieuwe stammen ook nieuwe dorpen. Het aantal
boslandcreolen wordt op 35.000 geraamd. De grootste groepen zijn
de Ndjuka’s en de Aucaners (Saramacaners). Tot de kleinere
gemeenschappen behoren de Kwinti, Paramakamers, Matawai en Boni
(Aluku’s). De bosnegers leven net als de indianen vooral
van landbouw, pluk, jacht en visvangst.
Hier zie je een gelijkaardige ontwikkeling als bij de Indianen:
de meeste jongeren trekken liever naar Paramaribo dan een bestaan
op te bouwen diep in het oerwoud. Bovendien worden delen van hun
regio’s bedreigd door buitenlandse investeerders, die zonder
enig overleg noch respect voor milieu, de natuurlijke rijkdommen
uit hun gebieden wegslepen. Net als de Indianen beschikken deze
groepen over geen enkel (eigendoms)recht op de grond die door
hun voorouders werd ingenomen na afschaffing van de slavernij.
De aanleg van de Afobakadam, met als gevolg het ontstaan van het
Van Blommenstein meer, begin de zestiger jaren, is een drieste
getuigenis daarvan. Toen men het stuk oerwoud met een omvang van
1560 vierkante kilometer (= de helft van West-Vlaanderen !!) tussen
1964 en 1965 onder water liet lopen, werden ongeveer 5.000 Boslandcreolen
en een handvol Indianen gedwongen te verhuizen. Zij werden geëvacueerd
naar vooraf, met golfplaten bedekte, gebouwde rijhuisjes in “transmigratiedorpen”.
Hun geboortedorpen, waaronder het 2.000 inwo¬ners tellende
Marrondorp Ghansee, verdwenen genadeloos naar de bodem van het
meer. Vele inwoners konden de verschrikkelijke voorspellingen
maar niet geloven en bleven in hun huisjes. Tot zolang ze, letterlijk,
met natte voeten, hun potten en pannen langs deuren en ramen naar
buiten zagen drijven.
Na de afschaffing van de slavernij in 1863 zijn veel ex-slaven
nog jàren tegen betaling op de plantages blijven werken.
Naderhand zijn velen van hen naar de stad getrokken. Zij worden
ook wel stadscreolen genoemd. Veel Creolen wonen tegenwoordig
in en nabij de Paramaribo. Deze groep is moeilijk te typeren.
Men heeft immers veel van de vroegere Europese kolonialen overgenomen
en in grote mate is men geïntegreerd met de overige etnische
groepen. Voor veel Creolen is de overheid de ideale werkgever.
Het grootste deel van deze etnische groep is Rooms-katholiek of
Protestants. Ook het Winti –geloof (vanuit Afrika) is nog
belangrijk. Alle Afrikaanse afstammelingen samengenomen, vormt
deze groep circa 44 % van de totale bevolking.
Hindoestanen
Na de afschaffing van de slavernij in 1863, op het moment dat
veel van de voormalige slaven naar de stad trokken, ontstond een
tekort aan arbeidskrachten op de plantages. Om dit tekort op te
vangen, werden arbeiders uit Oost-Indië, het toenmalige Brits-Indie
(of Hindoestan), aangetrokken. De geschiedenis van de Surinaamse
Hindoestanen beslaat dus nog maar honderdveertig jaar. Sedert
de eerste Hindoestanen aan wal kwamen, is hun aantal uitgegroeid
naar ongeveer 40% van de totale bevolking. Samen met de Creolen
vormen zij de grootste groep uit de Surinaamse samenleving. Sinds
de komst van de eerste Indische immigranten is de traditionele
leefwijze enorm veranderd. In India was het kastenstelsel heilig.
In Suriname moesten de immigranten noodgedwongen een aanzienlijk
deel van de gedragsplegingen van de eigen kaste laten vallen.
Onder andere een overmaat aan mannelijke immigranten heeft geleid
tot afbrokkelen van het kastenstelsel. Huwelijken werden gesloten
met leden van een andere kaste of met iemand uit een andere etnische
groep. Door de religieuze plicht van het huwelijk is de Indiase
familiestructuur hoofdzakelijk in stand gebleven Het is niet ongebruikelijk
dat vier generaties in één huis wonen. Tot voor
kort was het normaal dat de gehuwde zoon met zijn bruid bij zijn
ouders introk. Ieder lid van de familie werkte met volharding
en spaarzaamheid mee aan de uitbouw van het familiebedrijf.
Tegenwoordig zijn veel Hindoestanen niet meer gewoon iedere cent
opzij te leggen. Veel succesvolle Hindoestaanse zakenlui laten
grote huizen bouwen, rijden in mooie auto's en hullen zich in
sieraden. Daardoor worden zij ongewild t.o.v. het Creoolse volksdeel
geplaatst, dat veelal in loondienst of openbaar ambt werkt en
de gevolgen van de dalende conjunctuur harder voelt aankomen.
Helaas worden arme Hindoestanen, door sommige Creolen, soms over
één kam geschoren met hun rijkere soortgenoten.
De taal van de Hindoestanen, naast het Nederlands, is het Sarnami,
gebaseerd op verschillende Hindi dialecten. De Creolen hebben
zich nooit voor het Sarnami geïnteresseerd, wat ongetwijfeld
de samenwerking af en toe in de weg heeft gestaan. Voor het grootste
deel van de Hindoestanen is Hinduisme het geloof. Een minderheid
van ongeveer 15 % is Moslim.
Javanen
Na het vertrek van de ’koppige’ Hindoestanen uit de
plantages, haalden de Hollandse kolonisten hun contractarbeiders
uit hun andere kolonie: voormalig Nederlands-Indië, het huidige
Indonesië. Aangezien zij voornamelijk van het eiland Java
kwamen, worden zij in Suriname “Javanen” genoemd.
Na een erbarmelijke boottocht van 2 maanden kwamen de Javanen
als laatste immigrerende arbeiders op de plantages terecht. O.a.
op die manier kwamen zij destijds onderaan de sociale ladder te
staan. Nu nog staan zij politiek en economisch eerder op de achtergrond.
Wel is het zo dat zij in alle economische sectoren vertegenwoordigd
zijn. Door werkgevers zijn zij geliefd omwille van hun werklust,
gewilligheid en loyaliteit. Alhoewel veel van hun oorspronkelijke
gewoonten en gebruiken aan het verdwijnen zijn, heeft de Javaanse
cultuur toch zijn stempel gedrukt op de Surinaamse samenleving.
De Javaanse keuken is zeer geliefd. Het merendeel van de Javanen
is Moslim. Zij vormen de derde grootste bevolkingsgroep en vertegenwoordigen
ongeveer 15 % van de totale bevolking. |