We reden verder langs de dorpjes zoals Driewegen en Nummer Eén voor onze laatste stop, het vissersdorp BRESKENS aan de monding van de Westerschelde. Daar bezochten we het zeer interessante visserijmuseum gelegen tussen de vissershaven en de jachthaven.


“Brood en vis”, geschilderd door Johnny Beerens uit Breskens op een graansilo in de haven (1997)


Welke vissersboot ligt hier aangemeerd?


Een film toonde het leven aan boord van een kotter en van de vissers die bij nacht en ontij op zee zijn om hun vaak gevaarlijke beroep uit te oefenen. Tijdens het vissen slepen de netten over de zeebodem waardoor er naast vissen soms resten van vergane schepen, fossielen, schelpen en haaientanden worden bovengehaald. Zo kon een deel van het skelet van een mammoet opnieuw worden samengesteld met opgeviste botten. Een andere attractie in het visserijmuseum waren de zeeaquaria met anemonen, krabben, garnalen, zeepaardjes, haringen, kathaaien, tarbot,...

Daarnaast was er nog een unieke verzameling van meer dan 800 opgezette inheemse en tropische vogels, zoogdieren, ontelbare schelpen en koralen die gedurende 40 jaar verzameld werden door Tijs Verschoor, ijsverkoper en nadien kraanmachinist in de haven van Breskens en die in 2005 overleed.

Na dit bezoek reden we met de bus langs de mooie kust en de oudste gietijzeren vuurtoren van Nederland (1866) naar het Hotel Nieuwvliet-Bad, vlakbij het natuurgebied De Zwarte Polder, voor een warm avondmaal. Rond 21 uur keerden we terug huiswaarts.

Dank je wel Jozef voor de organisatie van deze mooie uitstap. Het was een lange dag maar we hebben toch vele nieuwe en interessante dingen mogen ontdekken, zoals in het archeologisch en het visserijmuseum, het prachtige natuurgebied, de rust in dit mooie landschap van dijken en polderwegen, typische kleine vissersdorpjes, plaatsjes waar we zeker nog eens terugkomen.

Irma

Terug naar het overzicht