Daarna reden we met de bus door het vlakke groene landschap van Zeeuws-Vlaanderen met prachtige vergezichten, langs polders en dijken met grazende schapen, en dorpjes met klinkende namen zoals Sint-Kruis, Waterlandkerkje, Turkeye, IJzendijke, richting BIERVLIET, een charmant stadje uit 1183 en ooit een belangrijk centrum van de haringvisserij.
We werden aan het 19de-eeuwse Dorpshuis ontvangen door enkele dames in klederdracht uit de tijd van de Geuzen.

Hier kregen we broodjes en een ovenkoek met kandijsuiker, gebakken door de plaatselijke bakkersvrouw Marijke. Deze ovenkoek wordt enkel bij speciale gelegenheden verkocht. Marijke kreeg ooit de eer om op Koninginnedag voor koningin Beatrix een speciaal oranjegebak met een gouden kroontje te maken. Jaarlijks op Hemelvaartsdag zijn hier de Geuzenfeesten om de overwinning te vieren van de Watergeuzen op de Spaanse bezetting in 1573. Met de gids maakten we een wandeling door de straatjes van dit zeer rustige stadje met zo’n 1700 inwoners.

We bezochten de protestantse kerk uit 1659, wandelden langs de korenmolen “De Harmonie” uit 1842 en de katholieke kerk uit 1858 waar we een unieke kruisweg zagen waarvan de staties zijn uitgesneden uit de stam van een door de bliksem gevelde eik. Dit werk is van pastoor Omer Gielliet van Breskens.

Op de Markt staat het standbeeld van Willem Beukelszoon, misschien wel de bekendste inwoner van Biervliet en rond 1350 de uitvinder van ‘eene verbeterde wijze om haring te kaken, te zouten en in tonnen te pakken’. De haringen werden direct na de vangst schoongemaakt, in houten tonnen met zout bewaard en over grote afstanden vervoerd op het land of over zee.

Naar het vervolg