Vrijdag
28 september
Vandaag verlaten we even de regio en trekken
naar Matera in de regio Basilicata. Hier mag Gaya dus niet gidsen
en neemt iemand anders ons op sleeptouw.
Weer rijden we langs uitgestrekte olijfgaarden, de
bomen hebben hier in het Zuiden een dikke stam en zijn wel 1000
jaar oud.
In Matera komen we eerst door de nieuwe stad, la Martella,
gebouwd in de tweede helft van vorige eeuw voor de bewoners die
toen uit de oude stad werden gezet. Van op de Strada Panoramica,
de weg aan de rand van de ravijn, ontwaren we de oude stad als
een puzzel tegen de helling geplakt. Fascinerend ! Niets dan muren,
daken en ramen. Dat er straten doorheen kronkelen, zie je niet,
maar de gids neemt ons mee doorheen dit labyrint. Dit is de plaats
van de Sassi, de grotwoningen, die zoals gezegd, tot de helft
van vorige eeuw bewoond werden. De woning, uitgehouwen in de rots,
bestond uit één vertrek waarin mens (ouders en kinderen)
en dier (paard, kippen, geit, varken, …) samenwoonden. Er
was geen elektriciteit en geen water. Het leven speelde zich grotendeels
op straat af, de straat dat waren de daken van de onderliggende
grotwoningen. We bezoeken een Sasso, met haar oorspronkelijke
meubilering en staan versteld van de vindingrijkheid van de oorspronkelijke
bewoners.
In het boek ’En Christus kwam niet verder dan
Eboli’ dat Carlo Levi in 1945 schreef en dat hevige reactie
ten goede heeft uitgelokt, lezen we :
“Terwijl ik langsliep
keek ik naar binnen in de grotwoningen waar geen ander licht naar
binnen valt dan wat door de deur komt. En sommige van die woningen
hadden zelfs geen deur : daar ging je binnen door een valluik
in de zoldering en een trapje. Binnen in die zwarte gaten met
aarden wanden zag ik bedden, opgemaakt met armzalige vodden. Op
de vloer lagen de honden te slapen, temidden van de schapen, de
geiten en de varkens. Over het algemeen heeft één
familie een enkele grot ter beschikking en daar slapen ze allemaal
bij elkaar : mannen, vrouwen, kinderen en beesten. En zo leven
er daar 20.000 mensen… Overal zie je kinderen. In die hitte,
temidden van de vliegen en het stof, kwamen ze van alle kanten
tevoorschijn, naakt of gehuld in vodden. Nooit heb ik zo’n
toonbeeld van ellende gezien.”
Dit boek was een aanklacht tegen die erbarmelijke levensomstandigheden.
Matera was ‘de schande van Italië’. Kort daarna
werden de bewoners geëvacueerd naar een nieuw uit de grond
gestampt dorp, La Martella. In 1993 werden de Sassi op de werelderfgoedlijst
van de Unesco geplaatst. Nu keert er het leven weer: winebars,
hotels, designinterieurs,…zijn er gehuisvest.
Deze Zuid-Italiaanse stad is ook de locatie van tal van films.
In de laatste, ‘The Passion’ van Mel Gibson uit 2004
fungeert Matera als het Jeruzalem van het begin van onze jaartelling.

Indrukwekkende ervaring





Na de middag gaat het richting Altamura,
die de ‘Leeuwin van Apulië’ wordt genoemd.
Hier bewonderen we het roosvenster en het rijk bewerkte portaal
van de immense kathedraal die onder het bewind van Frederik II
werd gebouwd. Dat Frederik II een belangrijk man moet geweest
zijn, wordt ons meer en meer duidelijk. Gecultiveerd en intelligent
als hij was, heeft hij Apulië in de eerste helft van de 13
de eeuw tot een ongekende culturele en economische bloei gebracht.
Hij liet er 200 vestingen en kastelen bouwen, waarin de wiskundige
symbolen, het vierkant en de cirkel, waaraan in de middeleeuwen
een grote magische kracht werd toegekend, terug te vinden zijn.



Een wandeling door het aangrenzend dorp Gravina
di Puglia sluit de rondrit af en langzaam via het overdrukke
Bari, keren we terug naar Ostuni,
waar het zoveelste lekkere avondmaal met een goed wijntje ons
wacht.


Zaterdag 29 september
Vandaag staan de prachtige grotten van Castellana
op het programma, maar het is ook markt in het stadje, zodat sommigen
kiezen voor de markt en een terrasje. De grotten zijn van een
verblindende schoonheid, voor sommigen de mooiste die ze ooit
zagen. Ze hebben namen als Grotta Nera, Corridoio dell’Angelo,
Cattedrale. De Grotta Bianca is het summum.
En de dag gaat in schoonheid verder. Na de verzorgde
lunch in hotel Cuor di Puglia in Alberobello willen we verpozen
aan het zwembad in een heerlijke warme zon, maar … de gids
roept en in de plaats van een siësta wordt het een wandeling
naar de Trulli.
Alberobello heeft een wijk met 1400
trulli, kleine ronde of vierkante witgekalkte huisjes met een
grijs kegelvormig dak. De stenen van de huisjes, zowel van de
muren als van het dak, zijn los op elkaar geplaatst. Boven op
het dak staat een pinakel in de vorm van een kruis, een granaatappel
of een ander voorwerp afkomstig van heidense gebruiken. Op de
daken zijn vaak witte tekens geschilderd. Zulk huisje had het
grote voordeel dat men het kon doen instorten door één
bepaalde steen boven de deuropening weg te trekken, wat ook gebeurde
wanneer de overheerser controle op de bezittingen met het oog
op belastingen liet uitvoeren.
Ook de kerk, Chiesa di Sant’ Antonio, heeft de vorm van
een trullo. De naam Alberobello zou kunnen te maken hebben met
mooie bomen, maar ‘bello’ is vast en zeker de ‘trullo’.
Slenteren van het ene naar het andere schattige trullo-souvenirwinkeltje,
genietend van een warme zon en een blauwe hemel, maakt ons vakantiegevoel
compleet.
Wanneer we terug naar de bus wandelen, laten we de witte schittering
tegen een helblauwe achtergrond als een immense exotische foto
achter ons.

We ronden de dag af met een bezoek aan het historisch
centrum van Locorotondo.

Zondag 30 september
Lecce en Otrante zijn de bestemmingen van vandaag;
we gaan dus helemaal naar het uiterste zuiden.
Lecce klinkt als muziek in de oren
voor al wie van kunst houdt. De stad wordt wel eens vergeleken
met Versailles, of ‘het Firenze van de barok’ of ‘het
Athene van Apulië’ genoemd.



Monumenten in renaissance-, rococo-, maar vooral barokstijl
geven deze stad allure. De fijnkorrelige zandsteen die voor de
bouw gebruikt werd, lijdt echter vlug onder de erosie.
De gebouwen aan de Piazza del Duomo, een van de mooiste pleinen
van Zuid-Italië, vormen een homogeen geheel in barokstijl.
Maar het meest representatieve is de kerk S. Crocce met zijn overvloedige
versieringen. De gids spreekt steeds van barochetto en wijst erop
dat in deze stijl de versieringen zeer speels zijn, en een tikkeltje
de spot drijven met de rijke kerkelijke opdrachtgevers. Zo worden
de engeltjes bijvoorbeeld voorgesteld spelend met de bisschopsmijter.
Een andere kunst die hier nog steeds beoefend wordt,
is het ambachtelijk vervaardigen van voorwerpen, vooral beelden,
in papier-maché. Even een kijkje nemen hoe dat in zijn
werk gaat! Mooie producten, maar te prijzig voor ons.
De cappuccino na het middagmaal is subliem, maar de
bereiding ervan duurt weer zo lang dat de laatsten geen tijd hebben
om er echt van te genieten.
Arrivederci Lecce, we vertrekken naar Otranto
om zoals echte Italianen te kuieren, te kwebbelen en een terrasje
te doen.

Eerst troont de gids ons echter mee naar
de oude stad, hoog op een klif gelegen, naar de kathedraal met
de glazen kasten vol beenderen. Toen in de 15 de eeuw het leger
van sultan Mehmed II Otranto veroverde, verscholen de inwoners
zich in de Kathedraal. Ze werden vrijwel allemaal vermoord en
het zijn hun beenderen die we hier zien. We lopen over de ongelooflijk
mooie mozaïekvloer van 1165 met een rijkdom aan figuren en
symbolen.


We klimmen hogerop naar het kleine Byzantijnse
kerkje en genieten ook van het prachtige uitzicht op de zee, die
tot de zuiverste van Italië behoort. Op zonnige dagen kan
men van hieruit de bergen van Albanië zien. Langs de cilindervormige
torens van het kasteel dalen we naar de boulevard met zijn terrasjes.
Terwijl nog heel wat Italianen toekomen voor een gezellige
zondagavond aan zee, verlaten wij Otranto.

Verder door
naar maandag 1 oktober
|