Daguitsap naar Oudenaarde
op 18 september 2007

Met een super-de-luxe zwarte autocar met geblindeerde ruiten, blauw halogeenlicht binnenin en in koeien van letters “VIP CLASS” brachten we op 18 september 07 voor onze maandelijkse uitstap een bezoek aan Oudenaarde, een pareltje in de Vlaamse Ardennen.

Door de ochtendfiles en daarbovenop nog regen, kwamen we met anderhalf uur vertraging toe voor de koffie. Net als filmsterren werden we opgewacht aan het restaurant Molenhuis in Eine.
Wilden we nog het een en ander gaan bezoeken, dan moesten we ons een beetje reppen want onze gids stond ons op te wachten aan het 16de-eeuwse gotische stadhuis, gebouwd door dezelfde architect als het Leuvense en het Brusselse stadhuis.

We bezochten de prachtige 16de-eeuwse wandtapijten (landschappen, historische en bijbelse taferelen), de laatste getuigen van het roemrijk textielverleden van de stad.

We bewonderden de 18de-eeuwse zilvercollectie van de schatrijke familie De Boever-Alligoridès, gewezen eigenaar van het grote transportbedrijf voor brandstoffen.

We wandelden door de Volkszaal, de Schepenzaal met monumentale gebeeldhouwde poort en prachtige schilderijen en als laatste de 14de-eeuwse Lakenhalle.

Na een broodmaaltijd ’s middags in het Molenhuis maakten we een korte stadswandeling met de gids die het soms moeilijk had om ons wat bij te brengen over de Oudenaardse geschiedenis. Op de top van de toren van het stadhuis staat sinds 1538 het koperen beeld van Hanske de Krijger. Deze werd door keizer Karel voor eeuwig gestraft omdat hij zijn komst aan Oudenaarde niet had aangekondigd. Hanske had namelijk te veel van het lekkere bier geproefd dat klaarstond voor de keizer.

Op het marktplein staat ook de majestueuze St. Walburgakerk (12de-16de eeuw). Deze kerk bevat talrijke kunstwerken, houtsculpturen, polychrome beelden, glasramen, wandtapijten en 14 kapellen uit de 17de en 18de eeuw die rijkelijk versierd zijn.

Het begijnhof uit 1616 waren ze volop aan het restaureren, dus konden we alleen maar een kijkje nemen op de binnenkoer en de kapel.

Daarna bezochten we de Onze-Lieve-Vrouw van Pamelekerk langs de rechteroever van de Schelde. Ze werd gebouwd in de 13de eeuw in grijze Doornikse steen.

In de verte zagen we ook de witte gevel van het Huis de Lalaing, een statige 17de-eeuwse patriciërswoning waar nu de Oudenaardse historische wandtapijten worden gerestaureerd en behandeld.

Daarna ging het opnieuw richting stadhuis waar een andere gids ons opwachtte voor een rondrit met de bus door de Vlaamse Ardennen. Eenmaal Oudenaarde achter de rug, ging het stijgingspercentage van de weg snel de hoogte in. In dit schilderachtige heuvellandschap, bekend om zijn Ronde van Vlaanderen, liggen piepkleine dorpjes verscholen in het groen, zoals Volkegem, Mater, Melden ... en hier en daar zagen we in de verte een windmolen.

We hielden even halt aan de kapel van Kerselare. Reeds in de 15de eeuw kwamen hier bedevaarders bidden bij het miraculeuze houten beeldje van de “Zoete Lieve Vrouw” in een kerselaar boven de Edelareberg, ook de Bourgondische, Oostenrijkse en Habsburgse vorsten kwamen hier geregeld op bedevaart. De oorspronkelijke kapel van 1570 brandde volledig af in 1961 en in 1966 werd ze vervangen door een betonnen constructie.

Vlakbij de kapel was er een gezellig pleintje met een artisanale suikerbakkerij waar “lekkies” werden gemaakt, een soort “babelutte” en nog andere heerlijke, zoete en calorierijke snoepjes, koekjes, wafeltjes, ...

We stopten ook nog aan het oudste protestantse kerkje van Vlaanderen in het gehucht Korsele op het grondgebied van Maria-Horebeke. In deze wijk, de Geuzenhoek, met kleine huisjes en straatjes woont sinds 1554 een protestantse gemeenschap (protestanten werden vroeger geuzen genoemd). Er wonen zo’n 200 mensen en één dominee. Op het kerkhof staat een grote treurbeuk en een gedenksteen van koning Willem I.

De meest voorkomende naam op de grafstenen is “Blommaert”. Het merendeel van de bewoners zijn nakomelingen van de bosgeuzen van Jacob Blommaert, één van de rijkste tapijtwevers van Oudenaarde. Na de inname van Den Briel en Vlissingen keerde hij naar zijn geboortestreek terug, waar hij vanuit de dichtbegroeide wouden een oorlog voerde tegen het Spaanse leger van koning Filips. In 1572 veroverde Blommaert Oudenaarde, op verzoek van Willem van Oranje.

Daarna brachten we een bezoek aan de archeologische site van Ename waar de funderingen werden opgegraven van de benedictijnenabdij die het leven in Ename domineerde van 1063 tot 1795. Men is nog steeds druk bezig om de geheimen van de monniken van Ename te ontmaskeren. Hier moeten we zeker binnen een paar jaar nog eens terugkomen.

We sloten onze daguitstap af met een smakelijke warme maaltijd en een lekker abdijbiertje van Ename.

Dank je wel Els voor deze boeiende uistap, het was weer de moeite en we hebben er allemaal van genoten!

Irma