In de 19de eeuw hadden de beenhouwers zich rijk gemaakt toen de vleesprijzen in onze hoofdstad zeer hoog waren en ze voor meer dan 80% de Brusselse vleesmarkt bevoorraadden.
Op zeker ogenblik bestond de gemeenteraad enkel uit beenhouwers. Hoeilaart telde toen maar liefst 85 ‘vleeshouwers’!

In de 19de eeuw ontstond ook de druiventeelt onder glas. In 1865 bouwde Felix Sohie, die als hovenier werkte op het domein van baron de Baudequin de Peuthy in Huldenberg, de eerste druivenserre op ‘den Berg’ in Hoeilaart.
Daar de verkoop van druiven een zeer winstgevende zaak werd, gingen vanaf 1880 de Hoeilanders het voorbeeld van Felix Sohie volgen.
De zonnige hellingen en dalen van de IJsevallei werden volgebouwd met duizenden serres waarin overheerlijke druiven werden geteeld. Hoeilaart werd herschapen in een glazen dorp.
In 1910 telde Hoeilaart 5176 serres. Vijftig jaar later waren er al meer dan 13000.

Een eeuw lang bracht de kasdruiventeelt welvaart aan de bevolking van deze streek. Buitenlandse concurrentie, verhoging van de verwarmingskosten en gebrek aan bedrijfsopvolging veroorzaakten economische moeilijkheden.
Meer en meer serres werden met de grond gelijk gemaakt of bleven staan als puin en vele gronden werden verkaveld om plaats te maken voor nieuwe woonwijken.


Hoeilaart, vroeger en nu

Boven op de steile hellingen hadden we een mooi uitzicht op Hoeilaart en de Sint-Clemenskerk uit 1870.

Tijdens onze wandeling zagen we ook het Molenhuisje uit 1662, een vroegere watermolen van de priorij van Groenendaal, het Hof ten Doenberghe, nu een rusthuis voor bejaarden, en het geboortehuis van Felix Sohie. Op een gedenkplaat staat “1841-1929 – Hier werd geboren Felix Sohie – Hem dankt de druivenstreek welstand en culturele opgang”.


Het Molenhuisje uit 1662


Hof ten Doenberghe


Geboortehuis van Felix Sohie, de grondlegger van de druiventeelt onder glas

Op de plaats van Hof ten Doenberghe stond rond 1500 de hoeve ’t Hof d'Oombergh die deel uitmaakte van de priorij van Groenendaal. In 1882 werd de hoeve afgebroken en vervangen door het huidige gebouw, het Godshuis van Hoeilaart. In 1975 kreeg het rustoord zijn huidige benaming.

Naar het vervolg