2 DAGEN “VREEMD GAAN” IN BRUSSEL
op 24 en 25 maart 2007

Een onooglijk dorpje, gesticht in 979, op een eiland aan de Zenne groeide uit tot de hoofdstad van België en van Europa. Dit gingen we ter plekke verkennen tijdens een 2-daagse uitstap, met Robert Bruyninckx als gids en kenner van Brussel en haar inwoners.

Op zaterdag 24 maart 07 om 9 uur vertrokken we met z’n tienen vanuit Leuven met de trein naar Brussel. We logeerden in een 4-sterrenhotel aan de prestigieuze “avenue Louise”.
Aan de hand van een oud stadsplan en dito foto’s konden we een beeld vormen van het verleden en het heden. En nu op stap!

Na een kop koffie in de Galerie Ravenstein gingen we een kijkje nemen in de inkomhal van het Paleis van Schone Kunsten (de “Bozar”). Langs de Kunstberg daalden we af richting Marokkaanse wijk in St-Jans-Molenbeek. Aan het stadhuis liepen we even binnen in een Marokkaanse winkel. Daarna wandelden we verder langs de vaart en het Klein Kasteeltje naar de Vismarkt met zijn talrijke visrestaurantjes en de Sint-Katelijnekerk.
Verderop zagen we het Vlaams Huis opgericht voor Brusselse Vlamingen, de prachtig gerestaureerde toren van de middeleeuwse stadsomwalling geprangd tussen moderne gebouwen, de Begijnhofkerk en het Begijnhof, nu rusthuis voor bejaarden.

Ondertussen was het tijd voor een hapje en een drankje in Café Suisse, tegenwoordig een snackbar die al verschillende generaties lang door dezelfde familie wordt uitgebaat.
Daarna zetten we onze wandeling verder naar de Grote Markt, wellicht het mooiste marktplein van Europa en volgens onze gids van heel de wereld. Het marktplein wordt gedomineerd door het gotische stadhuis, het Broodhuis, prachtige patriciërshuizen en de St-Michielskathedraal. We konden hier spijtig geen plaatsje bemachtigen in de overvolle cafés.

Met de metro spoorden we naar de Matongéwijk, de buurt van de zwarten aan de “Chaussée d’Ixelles”. Hier zagen we hoe de dames en heren met veel geduld hun haren lieten vlechten en kappen.
Door de Galerie Louise kwamen we uit op het park van het Egmontpaleis, een oase van rust! De gids wist ons trouwens meermaals te verrassen met pittoreske gangetjes, straatjes en rustige pleintjes waar slechts enkele 10-tallen meters verder de auto’s ons voorbijraasden.
Via de Grote Zavel deden de etalages van wereldberoemde chocolatiers (Wittamer) ons watertanden.

Ondertussen was het 21 uur en etenstijd. Onze gids had een plaatsje gereserveerd in een Vietnamees restaurant, “Le Vietnam”. Het oosters eten smaakte overheerlijk.
Terug via de Grote Markt, waar de gebouwen nu mooi verlicht waren, gingen we nog even de slanke benen strelen van het koperen beeld (zou geluk brengen) op de zijgevel van het stadhuis en langs Manneken Pis. Iets verderop zagen we ook de restanten van de eerste stadsomwalling.
Nog even een terrasje en dan richting hotel waar we rond middernacht vermoeid tussen de lakens kropen.

Na een welverdiende nachtrust en uitgebreid ontbijt trokken we rond 9 uur weer op pad. Een lift aan het Justitiepaleis bracht ons naar de Hoogstraat in de volksbuurt van de Marollen. Op de hoek van de Hoogstraat en de Rodepoortstraat zou tussen 1563 en 1569 Pieter Breughel de Oude gewoond hebben, een gebouw met trapgevel dat nu prachtig gerestaureerd is.
Op het Vossenplein kregen we even wat vrije tijd om over de vlooienmarkt te stappen. Daarna wandelden we langs gerestaureerde gebouwen die vroeger toebehoorden aan de kooplieden en die nu bewoond worden door vooral mensen van vreemde origine.

Nu was het de beurt rond de buurt van het Zuidstation. Het was zondag, dus marktdag! Al ons zintuigen deden hier hun werk. We bewonderden de kleurenpracht van het uitgestalde superverse fruit en groenten, de geur van specerijen en vis, het geroep van de marktkramers en een mengelmoes van nationaliteiten.

Rond 13 uur was het weer etenstijd. Ditmaal gingen we eten in een Grieks restaurant, waar we zelf ons middageten in de keuken mochten gaan uitkiezen. Heel origineel en zeer lekker!
Onze gids bracht ons ook naar de plek, het eiland, waar Brussel is ontstaan aan de Zenne in 979. Rond een overblijfsel van de toren van de St-Gorikskerk werden later de overdekte markthallen gebouwd. Hier nestelden we ons in de knusse zetels met een drankje en sommigen hadden de grootste moeite om hun ogen open te houden.

Nadien, via de Beurs, spoorden we met de metro naar het Noordstation. In deze buurt wandelden we door de drukke Turkse wijk en door de rosse buurt van Brussel, de Brabantstraat, waar meisjes in de uitstalramen “hun koopwaar” aanboden.
Iedereen begon zowat de kilometers in de benen te voelen en werd het stilaan tijd om huiswaarts te keren.

Als besluit wil ik vooral onze gids bedanken voor deze boeiende uitstap want hij heeft ons de andere kant van onze hoofdstad leren kennen met haar rustige plekjes en pleintjes, haar interessante gebouwen en verschillende culturen. En of we vreemd zijn gegaan...
We kregen alleszins een heel andere kijk over Brussel, een thema voor herhaling vatbaar.

Irma