Na de middag begon het tweede gedeelte van onze daguitstap
met een rondrit langs de Vlaamse (?) rand rond Brussel.
Na de Eerste Wereldoorlog was het gebied vooral een aaneenschakeling
van landbouwdorpen. De meeste inwoners spraken Nederlands of een
Vlaams dialect, tot de eerste Franstalige Brusselaars zich kwamen
vestigen in verkavelingen aan de rand van het dorp. Nu is de taal
hier een politieke zaak en een gekibbel van jewelste geworden.
We reden via Moorsel naar Wezembeek-Oppem waar
we een kijkje namen in het gemeenschapscentrum de Kam,
gehuisvest in een 17de-eeuwse witgekalkte vierkantshoeve met brouwerij.

Onderweg konden we een glimp opvangen van het kasteel
de Burbure uit de 18de eeuw. We bezochten de romaanse
Sint-Pieterskerk met een vierkante westertoren
uit de 12de eeuw. Deze kerk bezit 16de, 17de en 18de-eeuwse schilderijen
en biechtstoelen uit de 18de eeuw met prachtig beeldsnijwerk.

De familie de Burbure schonk talrijke rouwblazoenen
en de gebrandschilderde ramen van 1886 in het koor. We zagen zelfs
een glasraam met de “Morgenster”.

naar het vervolg
|