Daguitstap naar de rand van Brussel
op 20 januari 2009


Na onze koffie met koek in Restaurant La Vignette in Tervuren vertrokken we op 20 januari 2009 met bus en gids voor een interessante daguitstap.

In de voormiddag lieten we ons voornamelijk op sleeptouw nemen door Leopold II en andere illustere figuren en stonden we even stil bij de talrijke historische gebouwen die trots getuigen van een rijk verleden.
Onze rit begon aan de statige Tervurenlaan, met hoofdzakelijk ambassades en bankinstellingen en prachtige huizen in art-nouveau en art-deco.
Leopold II liet deze brede avenue van Brussel naar Tervuren aanleggen om deze twee plaatsen van de wereldtentoonstelling van 1897 te verbinden. De laan wordt geflankeerd door parken, vijvers en het uitgestrekte Zoniënwoud, de groene long van Brussel. Er staan ook enkele mooie bronzen beelden en op de laatste rotonde van de Tervurenlaan prijkt de Bandundu Waterjazzband, een ludieke fontein van Afrikaanse waterdieren die een vrolijk jazzorkest vormen. Het werk is van beeldhouwer Tom Frantzen uit Duisburg. We gaan van deze man trouwens nog andere beelden tegenkomen.

Aan het Jubelpark, de poort van de stad Brussel, hielden we halt.
In 1905 wijdde Leopold II de 45 meter hoge triomfboog in, die ter ere van de vijftigste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid werd opgericht. Een indrukwekkend bronzen beeld werd er bovenop geplaatst om de Belgische onafhankelijkheid te verheerlijken.
Aan de voet van de triomfboog staan aan weerszijden acht beelden die de overige provincies uitbeelden. De portier wilde onder geen enkel beding de deur van het dakterras opendoen zodat we van het wijds panorama over Brussel niet konden genieten.


In het park staan ook de grote moskee van Brussel en een soort Grieks tempeltje, het eerste gebouw van Victor Horta uit 1889 waarin het witmarmeren beeldhouwwerk “De Menselijke Driften” van Jef Lambeaux is ondergebracht.
Dit kunstwerk dat lust, geweld en dood symboliseert shockeerde zo erg dat de zware ijzeren deuren van het gebouw reeds drie dagen na opening potdicht bleven. Er zou een nogal onhandige regeling gelden voor wie het kunstwerk nu wil zien.
Eén uur per dag kan men de sleutel halen in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis!!

We reden met de bus terug langs het Palais Stoclet in Sint-Pieters-Woluwe, in de Jugendstil gebouwd in 1905 door de Oostenrijker Hoffmann in opdracht van de bankier en industrieel Adolphe Stoclet (het gebouw en het bijbehorende interieur worden op 100 miljoen euro geschat!!), en langs Hertoginnedal in Oudergem, de favoriete vergaderplaats van onze ministers, tot we aan het Koloniënpaleis arriveerden.

Op deze plek liet prins Willem-Frederik van de Verenigde Nederlanden een buitenverblijf optrekken. Na de Belgische Revolutie van 1830 werd dit paviljoen en het domein eigendom van de Belgische koning.
Het gebouw brandde af in 1879 en op de resten van dit “Paviljoen van de Prins van Oranje” liet Leopold II het Koloniënpaleis bouwen door Albert-Philippe Aldrophe in Lodewijk XVIde-stijl.
Dit paleis herbergde het koloniale gedeelte van de wereldtentoonstelling van 1897 en daarna het eerste Congomuseum.
Achter het Koloniënpaleis staat het art nouveau-gebinte van Georges Hobé dat ook opgesteld stond in de zalen van de wereldtentoonstelling.


We stapten te voet verder door het park naar het restaurant voor een warm middagmaal.

naar het vervolg